Schenking van € 100.000 vanaf 1 januari 2017 weer mogelijk

Deze eenmalige vrijstelling is weer in ere hersteld en geldt bij aankoop van een eigen woning, verbetering dan wel onderhoud van de eigenwoning maar ook bij aflossing van de hypotheek die rust op de eigen woning.

De schenking is vrijgesteld als de begiftigde 18 jaar of ouder is maar jonger dan 40 jaar. De begiftigde hoeft geen kind of familielid te zijn maar kan ook een willekeurige derde zijn.

Buiten de leeftijd eis zijn er nog meer voorwaarden. Zoals dat er maar een keer gebruik gemaakt mag worden van de vrijstelling. Dit geldt ook per koppel.

Is er in het verleden al eerder gebruik gemaakt van de een eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling dan is het oppassen geblazen. Afhankelijk van de gedane schenking en wanneer deze is gedaan kan het zijn dat een aanvulling tot aan € 100.000 niet meer mogelijk is . Daartoe heeft Den Haag een ingewikkeld overgangsregime in het leven geroepen. Waarbij het jaar 2010 een cruciale datum is.
Is de verhoogde schenkingsvrijstelling al gebruikt vóór 2010?
En een aanvulling tussen 2010-2014? Dan geen recht op aanvulling na 1-1-2017.
Heeft aanvulling echter plaatsgevonden in 2015 of 2016. Dan kan er mogelijk nog ruimte zijn om in 2017 dan wel 2018 aan te vullen.
Ook als er tussen 2010 en 2016 geen aanvulling heeft plaatsgevonden kan er mogelijk nog een aanvulling plaatsvinden in 2017.

Is de verhoogde schenkingsvrijstelling vóór 2010 nog niet benut? En is tussen 2010 tot en met 2014 gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling? Dan kan er vanaf 2017 geen vrijgestelde aanvulling plaatsvinden tot het bedrag van
€ 100.000. 

Is in 2015 of 2016 gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling? Dan kan er mogelijk nog ruimte zijn om in 2017 dan wel 2018 aan te vullen.

Een doolhof aan regels dus.

Mocht u voornemens zijn nog wat te gaan schenken, neem dan contact op met uw adviseur om onaangename schenkbelasting verrassingen te voorkomen!

Bron: Actuele artikelen

Wetsvoorstel: ook opdrachtgever verantwoordelijk voor fiscale beoordeling van arbeidsrelatie zzp’er

Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) worden beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonbelasting en premies. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Door de Wet ‘invoering Beschikking geen loonheffingen’ kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

De staatssecretaris maakt met de invoering van de Beschikking geen loonheffing (BGL) zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk voor de vraag of feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval moet de opdrachtgever loonheffingen afdragen.

VAR 
De BGL vervangt de zogenoemde Verklaring Arbeidsrelatie, de VAR. Bij de VAR vraagt een zzp´er vooraf een oordeel van de Belastingdienst of zijn inkomen wel of niet wordt beoordeeld als loon. De opdrachtgever is nu niet betrokken bij deze aanvraag en ondervindt geen gevolgen als achteraf blijkt dat geen sprake was van ondernemerschap van de zzp´er, maar van een dienstbetrekking. De financiële consequenties komen in dat geval alleen voor rekening van de zzp’er.

Handhaving 
Opdrachtgevers vragen zzp’ers een VAR te tonen zodat zij geen loonheffingen hoeven in te houden en af te dragen. Voor zzp´ers is de VAR van belang bij het werven van opdrachten. Dit kan schijnzelfstandigheid in de hand werken: arbeidskrachten die op papier werken als zzp´er, maar in de praktijk een dienstbetrekking vervullen.

Het kabinet wil echte ondernemers ondersteunen en tegelijkertijd schijnconstructies bestrijden opdat die mensen de zekerheid krijgen van een dienstverband. Doordat de BGL zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk maakt voor de beoordeling van hun arbeidsrelatie kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

Bij de aanvraag van een BGL beantwoordt een zzp’er via een webmodule een aantal vragen. Als deze vragenreeks tot een beschikking leidt, staat daarin vermeld onder welke voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd. De opdrachtgever dient de beschikking te controleren voordat hij de opdracht daadwerkelijk verstrekt. Een zzp’ er hoeft niet voor elke opdracht een nieuwe beschikking aan te vragen: bij opdrachten waar werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden gelijk zijn, kan de zzp’er dezelfde beschikking gebruiken.

Bron: Ministerie van Financiën